Luc Bessons hit THE FIFTH ELEMENT is een space opera met een enorme ideeënrijkdom. Met VALERIAN AND THE CITY OF A THOUSAND PLANETS doet hij er een schepje bovenop.
Een aantal jaar geleden draaide JOHN CARTER in de bioscopen, een big-budgetverfilming van Edgar Rice Burroughs’ toonaangevende scifi-epos. Het publiek bleef weg want de onwetenden achtten de film een zwakke rip-off van STAR WARS, AVATAR en alle andere varianten die door de jaren heen werden gemaakt in het genre. Hetzelfde dreigt nu te gebeuren met Luc Bessons VALERIAN AND THE CITY OF A THOUSAND PLANETS. Wist Besson eerder nog een grote culthit in het genre te scoren met THE FIFTH ELEMENT, VALERIAN wordt een week na release in Amerika al afgeschreven als een gigantische flop. Een flop die wel eens Bessons productiebedrijf EuropaCorp flink in de problemen kon brengen, want VALERIAN is de duurste onafhankelijke productie die ooit buiten de Verenigde Staten gemaakt is.
Maar VALERIAN is niet de zoveelste rip-off, want net als in het geval van JOHN CARTER is de situatie andersom. STAR WARS is schatplichtig aan beide. VALERIAN is gebaseerd op de Franse stripboekenreeks Valerian et Laureline van Jean-Claude Mezeries en Christin Pierre, hier uitgebracht als Ravian en Laureline. Het eerste verhaal verscheen in 1967, tien jaar voor de eerste STAR WARS, en werd gevolgd door tientallen andere verhalen. Een reeks die ook buiten de eigen landsgrenzen populair en invloedrijk was, en die in elke editie een enorme vindingrijkheid toonde.
Die originaliteit zet zich door in de film, want ook VALERIAN laat zich niet makkelijk navertellen. De basis voor het verhaal is geleend van het stripverhaal De ambassadeur van de schaduwen, maar elementen uit allerlei verhalen van Valerian et Laureline vinden hun weg naar het witte doek. Besson voegt ook nog een scala aan eigen vondsten toe en vult daarnaast het beeld met honderden verschillende buitenaardse rassen en kleurrijke kostuums. De film barst haast uit zijn voegen.
Het levert wilde en briljante momenten op, die naverteld aan een buitenstaander kunnen overkomen als het verslag van een koortsdroom. Leg maar eens uit dat Laureline haar hoofd in de anus van een kwal steekt om gebruik te maken van diens psychotrope kwaliteiten, en dit geldt als een van de meer logische momenten in de film. Zo zijn er ook actiescènes die in meerdere dimensies tegelijkertijd plaatsvinden, koninklijke paleizen van een clan kannibalen die zich op een steenworp afstand bevinden van een buitenaardse ‘red light district’, en een uitgebreide, serene Terence Malick-achtige sequentie op een planeet vol identieke androgyne schelpmensen met een parelmoeren huid.
De inspiratie begint al in de eerste en gelijk de beste sequentie waarin David Bowie’s Space Oddity de opmaat vormt voor een dialoogloze geschiedenisles die vijfhonderd jaar beslaat. Het is een slimme manier om de ‘city of a thousand planets’ uit de titel te introduceren, maar het is tegelijkertijd ook een prachtig staaltje visueel vertellen. Misschien wel de beste sequentie die Besson ooit gefilmd heeft, wat in schril contrast staat met de overdaad en bombast van de rest van de film. Want de hoeveelheid informatie en gekkigheid die op de kijker afgevuurd wordt, is soms nauwelijks te verhapstukken.
Toch blijkt juist die excessiviteit het beste element van de film die op andere gebieden helaas een stuk ouderwetser is. De antagonist wordt bijvoorbeeld geheim gehouden, maar valt vroeg in de film te voorspellen en is qua motivatie en uitwerking uiterst dun geschetst. Qua plotopbouw grossiert de film ook in clichés, waarbij vooral de dramatische ontwikkeling van het centrale stel nogal sleets aanvoelt. Sterker nog, in de echte wereld zou Valerian op gesprek moeten komen bij de afdeling P&O en een cursus ‘Seksuele Intimidatie op de Werkvloer’ moeten volgen wegens de manier waarop hij met Laureline omgaat.
Lange tijd blijft onduidelijk of de misogynie van het personage door Besson gedoogd wordt of dat het hier gaat om een opzet tot een groeimomentje voor Valerian. Maar de nauwelijks uitgewerkte vrouwelijke personages buiten Laureline doen vermoeden dat Besson niet beter weet. Een grap over kinderprostitutie is de druppel die de emmer doet overlopen. VALERIAN is niet alleen een ouderwetse space opera, de film heeft ook vrouwenrollen die vooroorlogs aandoen. Laureline lijkt enigszins een uitzondering omdat zij, ondanks de tsunami aan ongewenste seksuele avances van Valerian, wel degelijk een groot deel van de macht in de film in handen krijgt. Jammer genoeg is Cara Delevigne een beperkt actrice. Gelukkig voor haar heeft ze charismavacuüm Dane DeHaan tegenover zich, waardoor zij in contrast nog best goed overkomt.
Het is lovenswaardig dat Besson het, in dit tijdperk van bombastische eenheidsworst uit Hollywood, heeft aangedurfd om terug te gaan naar een van de bronnen van het genre van de space opera. Veel ideeën uit de Valerian-strips zijn niet eerder benut in films van deze schaal, en dat zorgt ervoor dat de film zich onderscheidt van soortgenoten. Maar Besson maakt ook veelvuldig gebruik van clichés en stereotyperingen die gedateerd aanvoelen. VALERIAN toont wat er gebeurt als je als regisseur zo’n liefde hebt voor het bronmateriaal dat je het kaf niet van het koren kunt scheiden.
Distributie: Independent Films. Release NL, BE: 26 juli 2017. Copyright: Theodoor Steen. Overname uitsluitend na goedkeuring van de rechthebbende. Gepubliceerd op 27 juli 2017.